de drama driehoek

Het spel en niet de knikker? Driehoeken in relatie met en zonder client.
door: drs KCMP Ferenschild-  Juni 2010

Inhoud:

Inleiding

1- De posities van de spelers in een (hulpverleners) relatie 
2- ‘Het spel’ en niet de knikkers? 
3- Valkuilen, valk en uilen –
4-Ik-boodschappen –
5-Een oordeelloze vrije positie van de hulpverlener of begeleider
6-Verantwoordelijkheidsgevoelens bij cliënten

Inleiding
Als we lezen over verschillende stromingen komen we altijd ook tegen de positie vraagstukken binnen de begeleiding of behandelsituaties.   Daarmee doel ik op de plek van zowel behandelaar als client. Echter tevens de posities van verschillende mensen, in welke relatie er ook aanbod komt, tot elkaar.

Die mogelijkheden lijken oneindig, echter feitelijk gezien zijn het er maar een paar te weten: van mens tot mens in werk of sociale context, van man tot vrouw in sociale of werk context. Daarin zitten al dan niet hoog- laag verhoudingen.  Van mens tot mens van kind naar ouder of docent van werknemer naar werkgever en zo ook van client tot begeleider. Bij deze laatste is uiteraard sprake van een werkcontext waarin wel sociale aspecten een belangrijke rol vervullen. Het is uiteraard niet zo dat client en begeleider in een ‘vriendjes’  situatie zitten. Iedereen die weleens gewerkt heeft met een bekende weet hoe lastig dat is  als die rollen opeens moeten wisselen en ook  hoe onverstandig.

Van vriendschappelijk naar hulpverlenerschap met bijbehorende rekening geeft problemen. Dat geldt dan voornamelijk als de hulpverlening zich richt op dieperliggende problematieken.
Met opzet zet ik hier de werkcontext en de persoonlijke context naast elkaar. Juist om het verschil te laten voelen tussen professioneel werken en vastdraaien door involvering van de persoonlijke context. Je moet die twee petten leren scheiden van elkaar. Werk is geen persoonlijk leven en je persoonlijk leven is geen werk. Het is een misvatting te denken dat daar geen verschil tussen zit.

Grensverschuivingen, valkuilen en ellende. Vanuit je passie of gedrevenheid werken en leven kan wel dezelfde basis kennen. In essentie het zelfde alleen de vorm is werkelijk anders. Het gaat niet om de knikkers maar om het spel zeggen ze dan. Dat hangt bijzonder af van hoe je spel en knikkers definieerd.

Binnen een hoog – laag verhouding zit logischerwijs een verschil. Een basaal knikker verschil.
Het verschil in professionele begeleidingssituaties is dat van een hulpvrager geen rol verwacht of verlangd mag worden die hem of haar in gevaar brengt, een client tot onverantwoordelijk gedrag aanzet, een client de verantwoordelijkheid van de hulpverlener of begeleiding in de schoenen schuift. Toch gebeurd dat nog vaak, te vaak.

Als hulpverlener schiet je soms in een rol die je niet wenst, die je in beginsel niet had of die iets te maken heeft met je eigen zeer. Een gezonde hulpverlener kent de eigen pijnplekken. Er is een groot verschil van hulp bieden vanuit zeer of door je eigen zeer heen kunnen werken. Dat is eigenlijk een belangrijke basis voor het principe van verlichting, inzicht en het is bepaald niet WU WEI het levenspad van een ander overhoop gooien.  Kort door de bocht er zijn hulpverleners die taoisme en egocentrisme slecht uit elkaar kunnen rafelen.

klein voorbeeld; De consequentie van het te verwikkeld raken van beleiding bij bij clienten is doorgaans voor beiden partijen  niet misselijk, echter meestal is de hulpverlener nog wel ‘last minute’ instaat het volledige bordje op schoot der cliënt te duwen.  Dat heeft te maken met hoog-laag verhoudingen. Wat er ook ten grondslag ligt aan het gebeurde dat laatste is uiteraard geen oplossing en levert schade op.Veelal aan beiden zijden.

Verwikkelingen kunnen verschillende vormen hebben. In een later stuk zullen dergelijke situaties aan bod komen en belangrijker nog er zal op basis van ervaringen van ‘ouwe rotten’ in het vak een leidraad verschijnen van waaruit dergelijke zaken opgelost kunnen worden.  Soms gebeuren dingen, iedereen is mens.  De wederzijdsse krachten die een rol kunnen spelen zijn niet altijd zo eenduidig. De kracht van de wijze waarop daarna gehandeld word is echter van belang voor zowel levensbehoud van cliënten en diens eerbaarheid als behoud van professionele eerbaarheid van de begeleiding en diens mens zijn. Dat vraagt om inzet van beiden anders rest enkel lijf en levensbehoud van cliënt.
Dit is nog een redelijk taboe en onontgonnen gebied. 
Uiteraard nodig ik je als hulpverlener/begeleider uit hier je licht op te laten schijnen. Alleen openheid en gezamelijkheid kunnen hier opheldering en handelswijzen opleveren.
Daarbij kom je dus los van de rollen uit de driehoek en kun je die overstijgen.

De posities van de spelers in een (hulpverleners) relatie.
Er zijn verschillende manieren om te kijken naar de spelers in het veld, de rollen die zij vervullen. Zeker in het geval van systemisch werk of langduriger begeleiding of de aanwezigheid van persoonlijkheidsproblematiek die de kop opsteekt en verder voert dan van waaruit men is vertrokken. Hierbij moeten eigenlijk al direct bellen afgaan, het wijzigd een begeleiding behoorlijk.

Er kan in een begeleiding van een gezin of relatie ook beter zicht gekregen worden op de rollen die daar vervuld worden. Soms kan het zeer inzicht gevend zijn als begeleider tijdelijk voor een bepaalde rol te kiezen.
Zeker als je als begeleider voelt dat je er eentje toebedeeld krijgt die je in een positie brengt van waaruit er een conflict lijkt te ontstaan tussen jou en de clienten. Je word als het ware als speler betrokken bij een spel, een patroon. Dat moet je wel kunnen herkennen, kunnen zien horen en of voelen. Vervolgens moet je weten hoe je die rol kunt hanteren om de client verder te helpen.  Op zo’n moment kan overdracht een rolspelen. Dat is geen eenvoudige zaak. Daarover verderop meer. 

Wellicht herken je het sneller als je denkt aan het stel op een feestje wat oh hoe wonderlijk het altijd weer voor elkaar krijgt vanuit eigen ongenoegen conflicten te genereren met iemand anders waardoor ze opeens weer tot gezamelijkheid kunnen komen.  Of wat te denken van die goede vriend die steevast als hij op bezoek komt de gezamelijkheid verstoort door ruzie te creeren. Je vraagt je af wat er nou toch gebeurd en raakt verstrikt in een web aan emoties die helemaal niet in den beginnen in jou aanwezig waren. Toch word er iets geraakt en je slaat bijvoorbeeld aan het sussen of je word ook boos, en dat helpt helemaal niet. Wat is jouw respons? Welk patroon ontwaar je?  Wat moet iemand van je?

Rollen.  Bijvoorbeeld de dramahoek van Karpman (de tegengestelde positie inname of het eruit blijven).  Bekeken  vanuit  de hulpverleningspositie.
In de drama driehoek vinden we drie rollen : het slachtoffer de redder en de aanklager. Ik zet hier ook steeds de persoonlijke relatie vormen naast die met de client. Opzettelijk.

Wat we niet moeten en mogen vergeten is de andere kant van deze rollen en wat,  als het een juiste plek heeft,  de uitingen ook betekenen.
We kunnen door te veel vast te houden aan een theorie of werkstructuur in de valkuil stappen van overmatige duiding of volledig voorbij gaan aan de nuttige functionaliteit van een in dit geval rol uit de driehoek.  Met andere woorden niet alles wat iemand eruit gooit past in een negatieve rol uit de driehoek.  Het belang van herkenning zit hem in het patroon. Het belang van het werken met deze driehoek zit hem in het kunnen opsporen van scheefgroei.

Binnen deze werkwijze worden secundaire winsten aangeduid. De winst van het aannemen van een bepaalde rol. Door echter oplettend te blijven worden we ook het verlies gewaar. Het is vele male makkelijker mensen te begeleiden vanuit het verlies perspectief wat ook minder als aanval overkomt dan te wijzen op wat men er mee wint. Soms is echter de plaat staal zo dik dat confrontatie de enige weg is.

De winst van de redder is dat hij/zij zich nodig voelt (een hulpverlenerssyndroom als de intentie niet de juiste is).
Men vindt deze mensen vaak sympathiek oh zo behulpzaam en zij vinden dat heerlijk! Echter hun hulp is er niet op gericht dat je op eigen benen kunt staan (de redder is van mening dat zijn of haar slachtoffer niet voor zichzelf kan zorgen).  De hulp van een redder is daarbij meestal ook nog eens niet onvoorwaardelijk: “Ik heb je zo geholpen en nu laat je mij links liggen…”

Blijf  oplettend. Hulp kan wel degelijk gericht zijn op het sturen naar  zelfredzaamheid. In een relatie-sessie kan het echter zo zijn dat iemand het lastig verwoorden kan. De woorden duiden op redderschap terwijl de daden gewoon feitelijk gericht zijn op daadwerkelijke hulp. 
Uiteraard zijn dat dan niet de verziekende relatie lijnen zoals die in de drama driehoek tot uiting komen. Het is dus wel is het een gedachten die meegenomen mag worden als je werkt vanuit de drama driehoek. Onvoorwaardelijke hulp is bijzonder naar als er sprake is van oeverloos investeren. Dat is dus geen rol van helperschap wat vraagt om het advies onvoorwaardelijk daar maar mee door te leren gaan. De redder zou beter kunnen leren dat de hulp die geboden word inderdaad de juiste is en dat de tegenwerpingen of uit handelen blijven van de ander eerder wijzen op aanklagerschap, en niet te vergeten wellicht word er eindelijk geklaagd!  

Het slachtoffer  de klager heeft winst in de vorm dat hij/zij geen verantwoordelijkheid neemt en hoeft te nemen in deze rol voor diens eigen situatie of gedrag. Het slachtoffer is passief en stapt niet over in de trein naar een ‘ok-boodschap’ naar zichzelf (dit komt de redder erg goed uit!).

Hierbij mag zoiets als depressie niet over het hoofd gezien worden.  Als kern bij deze driehoek word namelijk op veel plekken genoemd  de verslaving aan depressieve gevoelens. Het is echter wel erg kort door de bocht om wellicht in een patroon van jaren enkel te roepen ‘ Zeg hou eens op met klagen’. De oorzaak van depressie kan heel wel liggen in de driehoek.  Lost de driehoek zich op dan lost het probleem zich op. Dat is goed te zien bij exogene depressie.

Daarnaast kan de context, de setting de stage van de hulpverlenerwerkkamer weleens de enige plek zijn waar dit gedrag tot uiting komt. Dat geldt overigens voor elk gedrag. Mensen kunnen zich in jouw kamer anders opstellen dan daarbuiten waarom? Omdat ze opener durven zijn of omdat ze precies voor dat ene stukje bij jou aankloppen of juist helemaal dichtklappen. Vergeet je de hele mens dan loop je het risico dat je precies stimuleert dat wat niet bijdraagt tot groei of afleert wat juist behouden zou mogen blijven.
We kennen klaagmuren, klaagzang en klaagvrouwen dus klagen is er niet voor niets. Gedeelde smart is halve smart.
We leven in een maatschappij die de mens voorspiegelt dat eigenlijk alles maakbaar is, zo ook het eigen geluk.  Dus waarom zou men nog klagen? Hup niet zeuren aan het werk! Maar toch…een mens kan klagen omdat men zich machteloos voelt, er gewoon ook echt erge dingen gebeuren,  er geen fut is om doelen te stellen. Gewoon omdat jij ook weleens  zin hebt je beklag te doen. Doe jij dat bij iedereen? Of zijn er mensen waarbij je dat makkelijker kunt dan bij anderen? Ontwaar je daar driehoeken?

Pas als dat kan ben je bereid verder te gaan dat geldt tevens soms je cliënten.  Als echt klagen niet mag, gaan we vaak zeuren en mopperen, of opkroppen. Daar wordt niemand blij van.  Het leidt tot neerwaartse spiralen. Klagen heeft dus ook  een functie: al het leed en onrecht waar je mee te maken hebt gooi je even lekker eruit! Je lucht je hart. Op die manier maak een mens zich ook schoon van alle opgekropte pijn, verdriet, boosheid etc. Eigenlijk is het een soort van ontgiften. Dat kan ook gelden ten aanzien van ongebreidelde woede. Soms moet het er gewoon uit. Emotie hantering is een evenwicht bereiken. Daarbij kan je een cliënt helpen. Iemand direct ‘betichten’ van slachtofferschap is niet de manier.

De aanklager is boos, oordelend en kan in deze rol zijn of haar ongenoegen onbeperkt en ongeremd projecteren, zonder te kijken naar zichzelf. Door de boosheid heeft de aanklager een vertekend beeld van andermans kunnen en intenties. De aanklager klaagt het liefst een persoon aan en niet het gedrag an sich. Degene die graag de schuld bij de ander legt. Die erop uit is de ander te pakken op de  de achilleshiel.  Woede is de drijfveer. Deze  woede kan zich richten op zowel de redder als slachtoffer. Of op een medeaanklager (partner in crime).  De basis emotie van de aanklager is woede.

Ook hier zit een tricky component. Boosheid en woede. Binnen een hulpverleners situatie kan weleens eindelijk de juiste veiligheid ontstaan die maakt dat iemand uit zijn of haar dak gaat. Dat dan de vertekening optreedt hoeft in beginsel niet erg te zijn. Sterker nog kijkend naar relaties waarin  machtsverhoudingen verborgen zitten en sociaal wenselijk gedrag van een van beide partijen  kan heel wel maken dat de hulpverlener zelf trapt in het labelen van aanklagerschap op de verkeerde.  Een goed voorbeeld is terug te vinden in relaties waarin psychopathie een rolspeelt. Uiteraard is daar sprake van een hoog-laag relatie. Echter die kan vertekend worden door het gebruik van  verkilde woede door de eigenlijke aanklager. Zoals een docent en praktijkhouder opde VU zo mooi verwoordde ‘het principe van de zeurende echtgenote de boze echtgenote die met haar gedrag afleid van het werkelijke probleem de werkelijke aanklager die achteriverleunend ‘wijselijk’  zijn mond houdt’, alleen thuis lopende zaken behoorlijk anders dan je geschetst ziet in de spreekkamer’.

Daarbij  het vraagt nogal wat van mensen om het verschil tussen een persoon en diens gedrag te kunnen verwoorden, om die zaken uit elkaar te krijgen gepeutert en te houden. Dat heeft een directe link met intelligentie.  Zelfs consultants maken na jaren nog de fout inhoud en persoon te verwarren.  En laten we wel wezen soms is gedrag gewoon persoongebonden. Gedragstherapeutische interventies hebben soms gewoon geen zin.  Het enige wat die ontwarring dan bijdraagt is voor de ander het besef dat het een onveranderlijke zaak is.   
Het is aan de hulpverlener helder zicht te krijgen op feitelijkheden. Woorden en verwoordingen  en geuit gedrag zijn soms behoorlijk misleidend lees verwarrend.

‘Het spel’ en niet de knikkers?
Het verwarrende aan dit spelletje is dat de hoofdpersonen steeds kunnen verwisselen van rol.  Zo kun je in een enkele zin al verschillende rollen tegenkomen.

bijvoorbeeld: “Ik heb al zoveel voor je gedaan (redder, zonder mij was je nergens), je doet gewoon niets voor mij (aanklager, oordeel, niet kijkend naar wat zijn of haar aandeel is en wat een beslissing te weeg brengt) ik voel me echt zwaar genaaid (slachtoffer, passief , ik zal het wel niet waard zijn).

De vraag is hoe relevant is het op dit niveau te zinsontleden? In mijn opinie simpel antwoord:  niet. Het is volledig bijna op het belachelijke af mensen en hun woorden zodanig wegen dat je als client beter je mond kunt gaan houden.  Om even het onderdeeltje aanklager verder onder de loep te leggen.  Je doet gewoon niets  voor mij. Hier word beweerd dat de aanklager niet kijkt naar zijn of haar aandeel. Het lijkt me zinnig een dergelijke zin pas waarde toe te kennen als de omliggende zinnen het gedrag verbaal en non-verbaal en de geschiedenis worden meegnomen. Wellicht heeft mevrouw al 1000x iets aangekaart wellicht is haar constatering volledig terecht en dient zij nu te leren hoe zij vanuit die wetenschap  zelf tot actie over kan gaan.  Je zwaar genaaid voelen en het wel niet waard zijn.. het is gelukkig een voorbeeld zinnetje echter omliggende teksten wezen ook niet op de beperkte houdbaarheid van zo’n losstaand zinnetje en dat maakt de conclusies en het  leerstuk erg eenzijdig.

Als hulpverlener word je hier ook iebel van. Je zal maar zo naar je clientele moeten luisteren. Het effect ervan is ook nihil omdat? Omdat je zo de grote lijnen kwijt raakt, je het zicht op het totale proces verliest en je daarbij doodmoe word van het niveau waarop je tracht vast te houden aan een werkwijze.  Je zit constant in gedachten de client te herhalen om uit te vissen wie er wat zegt.
Daarnaast als je je clienten wijst op de betekenis van hun woorden vanuit de driehoek houden ze uiteindelijk wel op, alleen niet per definitie omdat ze er iets van opgestoken hebben.

De kracht van deze werkwijze zit hem in het ontwaren van de patronen op en binnen het grotere geheel.  Woorden en gedrag, het patroon. Geldt dat niet voor elke werkwijze?  Ja, dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Daarmee is kennis en kunde van verschillende werkwijze een positievere manier van omgaan met wat er is.
Navelstaren en dogmatisch werken maakt echter inflexibel en rigide. Daar een lappendeken van maken kan enkel alleen als je ook daadwerkelijk kennis hebt genomen van de verschillende manieren van werken.  Je gaat niet een beetje zitten broddellappen. Dit is overigens geen aanklacht tegen protocollair werken. Op sommige problematieken en perssonlijkheidsproblemen zijn protocollen wel degelijk van belang. Afstemming van gedragingen van begeleiders en hulpverleners binnen klinische settingen dragen bij tot helderheid voor clienten. Als elke begeleider of hulpvelener iets anders verkondigd raken mensen in de war.

Wie ben jij?
Iedereen speelt wel eens één van de rollen.  Als je het doorziet en je ziet ook welke rol dan  kun je er mee aan de slag. Vaak voel je wel, dat er iets niet zuiver is als je in de dramadriehoek zit. Dat geldt voor jou en ook voor de clienten ook al kunnen die er nog zo in op gaan, het niet in de gaten hebben,  ze staan niet voor niets op de stoep.
Kijken we naar de relaties in ons eigen leven dan ontwaren we eveneens driehoeken. We ontwaren overlap in rollen en specifieke rollen op specifieke plekken. Mensen roepen van alles in elkaar op we zijn geen machines die telkens dezelfde riedel draaien.

Wordt je als hulpverlener in zo’n driehoek gezogen dat hebben we het eigenlijk over overdracht. Je raakt los van wat ook wel de vrije positie word genoemd. Je kunt niet meer vanuit je plek als gespreksleider of meta of begeleider intervenieren.
Vormen van overdracht in een driehoek van spelers die de kans lopen er niet meer uit te geraken.  De knikkers blijven rollen tikken elkaar aan rollen weg of je rolt eroveruit.

Om uit de dramadriehoek te raken als hulpverlener, begeleider, is het van belang dat je goed in kaart brengt wat je eigen gedrag is en wat jouw rol/aandeel hierin is. Welke rol krijg je toebedeeld? Welke rol heb je aangenomen? Vergeet het spel en bekijk de knikkers. Dat zelfde geldt de client(en). Ook zij moeten zicht krijgen op hun rol en aandeel.

‘Als dit duidelijk voor je is geworden, is het van belang dat je inziet dat het niemands ’schuld’ is. ‘Schuld’ is iets dat past IN de dramadriehoek en niet bij het OVERSTIJGEN er van. Je zult ontdekken dat het een wisselwerking is tussen de spelers die de dramadriehoek mogelijk maakt en in stand houdt’.  Zo schrijft een therapeut.  Daar wil ik op reageren want ik las het op verschillende plekken in deze bewoordingen.

Sociale interacties zijn altijd wisselwerkingen.  Schuld is niet het juiste woord alhier,  verantwoordelijkheid wel. Iets overstijgen is ook niet het woord wat de juiste intentie inzet. Het is niet erboven gaan staan. Het is niet verheven worden of je verheven voelen  boven een situatie. Het is middenin die situatie vanuit de intentie er los van te willen komen om beter te kunnen dienen het doel waarvoor jij werd ingeroepen. Je bewust te worden van de rol en die bewust neerleggen in de spreekkamer. Hou hierbij de ik-boodschap in de gaten. Wees helder.

Valkuilen, ‘valk  uilen’
Het kan gebeuren dat als je client de dramadriehoek doorziet, er iets in het contact met anderen verandert omdat hij of zij eruit wil geraken.  De ander, cliënt 2 of 3,  kan weleens helemaal geen inzicht hebben of  willen of kunnen verwerven en zijn of haar gedrag voortzetten. Iemand kan er nog niet aan toe zijn, te veel profijt hebben van de gekozen rol of de rol is een karaktertrek. Theatrale inslag of  een pathologisch leugenaar. Iemand kan als slachtoffer gewoon ontsnappen aan het ontwikkelen of aangesproken kunnen worden op daadkracht.

Dat kan leiden tot aanklagen, dit geldt voor zowel redders en slachtoffers.  Als een valk op de prooi duiken.  Als dat gebeurt blijft de driehoek instand.  De client merkt bijvoorbeeld dat iemand wel heel erg op hem of haar  leunt, passief en afhankelijk is.  Client wil de de ander niet kwetsen en zorgt voor de ander. Hiermee stagneert de groei en zelfstandigheid van het slachtoffer.
Dit maakt dus dat het een liefdeloos systeem is waar men vastzit. Loyaliteit in plaats van liefde.
De client verleent het slachtoffer ook eigenlijk helemaal geen gunst met dit gedrag. Het winst en verlies principe gelden hier,  het belang het voordeel wat iemand van haar of zijn gedrag heeft. Verandering door inzicht vergt tevens loslaten van een patroon. Wellicht heeft het patroon wel een dermate functie dat als dat losgelaten word iemand geen enkele grond meer voelt. Veiligheid is daarmee een belangrijk gegeven wat aangereikt dient te worden door een hulpverlener/begeleiding.

Jij als hulpverlener kan tevens terechtkomen in een pappen en nathouden verhaal. Daarmee doe je je client ook geen plezier. Sterker nog het werkt contraproductief. Zeker in geval van borderline problematiek is deze valkuil een makkelijke. Meestal ben je veel te laat als je het pas doorziet als je er al ingeschoten bent.  Helder en duidelijk je positie verwoorden en doorverwijzen is mijn advies. Die rollen krijg je niet meer in evenwicht omdat de bordeliner dat zeer slecht tot zich nemen kan.

Valkuilen bevatten doorgaans krachten. Weet je die aan te wenden dan ga je van valk, een biddende vogel boven zijn prooi,  naar uil.

Ik-boodschappen
Stel, je bent in een redder positie beland als hulpverlener en je bent je er bewust van geworden en je wilt uit de dramadriehoek. Als je dan zegt tegen de ander: “Je leunt nu al zo’n tijd  op mij en je bent zo ontzettend afhankelijk, ik kan er niet meer verder mee gaan!” Dat is dan een aanklacht en daarmee verval je in de aanklagersrol. Het is overigens bepaald niet de manier om met een client om te springen dat lijkt me helder.

Beter is het als je in de ’ik-vorm’ spreekt. Bijvoorbeeld: “Ik voel me hier niet goed bij. Ik ga een beetje afstand nemen, omdat ik tot mezelf moet komen en ruimte nodig heb.  De werkwijze waartoe we gekomen zijn is niet de weg die jou gaat helpen om er beter uit te komen.  Ik ga daar een oplossing voor zoeken.” Als hulpverlener ben je in functie en daarmee verantwoordelijk voor je client. Liefst heb je die oplossing al klaar liggen. Hoeft de client  namelijk niet in het luchtledige te blijven hangen.

Een beetje slachtoffer vraagt  zich af wat hij of zij fout heeft gedaan. In een werkbare situatie is dat een goed uitgangspunt om gedragstherapeutisch te werken, echter bij een stagnerende begeleiding waarbij behandelaar zich in een rol geplaatst ziet die vanuit eigen ‘zeer’ voort komt is dat niet meer de weg.  

In een persoonlijke relatie kunt je er voor kiezen om dingen te benoemen,  maar realiseer je dat de kans dat je weer in de driehoek komt groot is. Als je benoemt blijf dan in de ik-boodschap praten.  wat je wilt voorkomen is olie op het vuur van het slachtofferschap van de ander.

Is er sprake van een client relatie dan zijn vage omschrijvingen in termen als ‘ik denk dat er binnenkort wel iets veranderen zal of  het heeft niets met jou te maken maar ..’ lethaal.  Het zijn uberhaupt bijzonder oneigelijke manieren om van je eigen ongenoegen af te komen. Ze laten daarnaast te veel in het midden, geven iemand nauwelijks tot geen zicht op wat er nu eigenlijk bedoeld word.  Helder blijven en open over het feit dat je in een rol terecht bent gekomen die niet is wat hij zou moeten zijn. Dat dat heel vervelend is en dat je een alternatief gevonden hebt. Zet een nieuwe strategie uiteen maak duidelijk wat er van je verwacht kan en mag worden en wat niet meer.
Zoals gezegd in sommige gevallen is doorverwijzen na uitleg de beste weg.

In een relatie op persoonlijk vlak waarbij er een  slachtofferrol vervuld word en men komt tot het inzicht geldt natuurlijk hetzelfde, wat betreft de ‘ik -boodschap’. De redder zal het moeilijk vinden om toe te kijken hoe je langzaam sterker aan het worden bent. Immers, als jij sterk en zelfstandig bent is haar of zijn rol overbodig.   Dit is waarom het een liefdeloos systeem is. Hier zit hem de bottleneck. De andere word met reden klein gehouden.  De winst voor de redder is dat hij of zij nodig is, ook al betekent dat dat de client , in de slachtofferrol, niet vooruit komt en geen ontwikkeling doormaakt. De redder vindt de  afhankelijkheid maar al te lekker. Een patroon wat al lange tijd bestaat en hierop gebaseerd is is een uitputtingsslag.
Bekendste voorbeeld komt wederom vanuit de psychopatie. Tegen een sterke ego gerichte redder is het lastig vechten om uit de driehoek te geraken.

Binnen het werken met partners kan het zo zijn dat de een ziet hoe de driehoek functioneert en de ander niet. Wat dan te doen? Door het systeem te benoemen in behapbare termen (waarbij je uit de aanklagersrol blijft!) geef je de herkennende partij de mogelijkheid te kiezen.
Hij of zij zal zelf tot de conclusie moeten komen welke rollen er gespeeld uitgedeeld en aangenomen worden. 
Daarbij kan confrontatie een optie zijn echter de kans is groot dat in geval van een slachtoffer rol de cliënt in de verdediging schiet en daarmee wederom in het spel van de aanklager gedreven word.
De ander verkeerd namelijk nog in het spel. Ziet  haar of zijn rol nog niet of wil deze ook niet zien. De partij die inzicht heeft moet duidelijk gemaakt worden dat het niet zijn of haar rol is de ander tot hetzelfde inzicht te laten komen.

Wat zichtbaar kan worden is dat zodra de partij met inzicht het spel verlaat de andere partij gaat ‘mokken’. Er word getrokken om de ander weer in de driehoek te krijgen.  Een zelfde soort principe geldt ten aanzien van de cirkel van  Ingeborg Bosch.   Daarbij zal,  als iemand zichzelf buiten de cirkel plaatst om uit valse hoop en valse macht en ontkenning van behoeftes en primaire afweer te willen stappen,  er door  de andere via allerlei wegen en allerlei manieren weer ingetrokken worden.  Dat is dus een spel waarbij de knikkers en hun inhoud wel degelijk van invloed zijn. Het is lastig loskomen als de beinvloedende factor naast je in bed ligt, elke dag op je werk aan het bureau naast je zit …

Een oordeelloze vrije positie van de hulpverlener of begeleider.
Wellicht zien je clienten of ziet je client dit principe en kan er groei plaatsvinden. Leren gedrag te wijzigen en/ of  anders te interpreteren.  Dan onstaat er samenwerking. Hem of haar laten inzien en erkennen welke effecten de gekozen rol teweegbrengen. Wellicht ziet er maar een van beiden hoe het spelletje werkt. Als begeleider of hulpverlener ligt daar je rol.  Die rol pak je op vanuit een intrinsiek gevoel van vrijheid. Dat klinkt vaag? Laat ik dan zeggen vanuit een innerlijk gevoel van leegte. Niet belast met emoties die er niets te zoeken hebben. 

Het kiezen van de vrije positie ( zoals die binnen de zijnsgeoriënteerde hoek genoemd word) geeft ons als hulpverlener of begeleider de mogelijkheid eigenlijk vanuit een meta positie te kijken naar hetgeen de client ons voorspiegelt zonder dit te reflecteren. Het houdt ons vrij van een bepaalde rol in de driehoek. Het houdt ons echter niet vrij van begeleiden.

Verantwoordelijkheidsgevoelens bij cliënten
Binnen de driehoek wordt de verantwoordelijkheid bij de ander gelegd.  Dat kan je als hulpverlener richting cliënt doen tot op zekere hoogte, passend bij wat een cliënt aan kan en snapt,  en wederom geldt hier helderheid en alternatieven.  Het helpt jezelf als professional om niet te vergeten dat iemand met een vraag bij jou kwam. Dat je een product ging leveren passend op een hulpvraag. Als dat om wat voor reden dan ook niet naar behoren geleverd kan worden kun je niet de cliënt daarmee opzadelen.

Als de client binnen een hulpverlenersituatie gericht op systeemwerk, de driehoek uit wil, is het belangrijk dat hij of zij zich realiseert dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn of haar gevoelens. Dus als je het spel wilt verlaten, moet je ook deze gevoelens bij de ander laten. Begrijpt de client, als emoties oplaaien,  dat dit is omdat de ander nog in het spel zit? Ziet hij of zij dat de ander nog is verblind door zijn of haar behoeftes en geen oog of oor kan hebben voor hem of haar op dat moment.

Leer hem of haar het de ander niet kwalijk te nemen,  maar er tevens ook niet in mee te gaan. Zorg dat cliënt weet dat hij of zij het juiste doet. Als hij of zij de mening van de aanklager over neemt, verval hij of zij in één van de andere twee rollen. Of  wordt weer slachtoffer en vindt van zichzelf dat  hij of zij niet ok heeft gehandeld.   Ook kan de client in de redderrol vervallen en de aanklager gaan  redden. Hoe dan ook,  de client moet er niet meer in willen stappen. Wat de beweegredenen ook  zijn om wat dan ook te veranderen, het mag je mag eruit stappen. Dat recht heb je gewoon.

De client mag leren dicht bij zichzelf te blijven. Als begeleider / hulpverlener kun je dat al. Dat is tenminste wel je professionele houding. 
Nogmaals als de ander merkt dat je niet meer mee doet aan het spelletje, kan het getrek om terug in de driehoek te komen sterker worden. Bijvoorbeeld dat iemand ineens steeds zijn of haar hulp ongevraagd aanbiedt (redder) om zo maar toegang tot je te blijven houden. Of door op je geweten in te praten om je zo te verleiden (slachtoffer) door bijvoorbeeld dingen  te zeggen als: “Maar we hebben zoveel gedeeld en nu laat je mij ineens in de steek, ik heb je nodig”. En het meest waarschijnlijk is dat je wordt beschuldigd (aanklager) in de trant van: “Dit kun je niet maken, jij bent echt egoistisch, je hebt me gewoon gebruikt!”

Ook dit zijn losgehakte voorbeeld zinnen. Alles dient in perspectief gezien en gehoord te worden. Waar kwamen we vandaan met de client en waar gingen we naar toe.

Ter afsluiting wil ik hieraan toevoegen dat in het algemeen mannen moeite hebben met machteloosheidgevoelens en vrouwen met gevoelens van boosheid. Als de een leert ze toe te laten en de ander leert ze te uiten zou er weleens een beter balans in een driehoek kunnen komen die zich dan richt op:  groei gericht ondersteunen, creatief conflict hanteren en effectief handelen.

‘En is geen koe of er is wel een vlekkie an’.